Het maken van een spreekbeurt

Het maken van een spreekbeurt

In de meeste scholen beginnen de kinderen met het houden van een spreekbeurt vanaf groep 4 of 5. Voor leerlingen kan dit best spannend zijn, omdat zij ineens voor de klas moeten staan om een verhaal te vertellen. Daarnaast moeten zij in de aanloop ernaartoe ook nog de spreekbeurt in elkaar zetten. In groep 7 en groep 8 worden de spreekbeurten vaak ook wat moeilijker en krijg je ook een boekbespreking. Kinderen zullen richting het einde van de basisschoolperiode steeds vaker voor de klas moeten staan. Logisch dat ze hier dus wat tips voor kunnen gebruiken. Voor het maken van een spreekbeurt hebben wij daarom de 5 beste tips samengesteld.

1. Kies een onderwerp waar je meer over te weten wil komen

Allereerst is het belangrijk om te kiezen voor een onderwerp waar je kind meer over zou willen weten en wat bij hem of haar past. Zowel qua interesse als qua niveau. Het kind moet zich vertrouwd voelen met het onderwerp en zich prettig voelen om hierover te vertellen. Dat maakt het een stuk makkelijker om uiteindelijk voor de klas te staan. Het geeft namelijk veel meer zelfvertrouwen als je een onderwerp leuk vindt en daardoor echt goed weet wat je erover kunt vertellen.

2. Maak een woordweb

Na het bepalen van het onderwerp kan er een woordweb worden gemaakt. Hierbij wordt het onderwerp in het midden van blanco vel papier gezet, met een rondje eromheen. De leerling kan nu allemaal woorden opschrijven die hem of haar te binnen schiet. Hierbij wordt meteen de voorkennis geactiveerd. Vervolgens kunnen de woorden bij elkaar gezocht worden, die met elkaar te maken hebben. Dit zorgt ervoor dat de deelonderwerpen worden gevormd. Aan de hand hiervan kun je dus verder hoofdstukken met subonderdelen uitwerken.

3. Informatie verzamelen

Tijd om de informatie te gaan verzamelen. Hierbij kan gedacht worden aan de bibliotheek, kranten of het internet. Wel meteen belangrijk om te weten, is dat niet elke site op het internet betrouwbaar is. Dit is te controleren, door bijvoorbeeld te onderzoeken of de informatie ook op andere sites staat vermeld en of er een bronvermelding bij de pagina staat. Houd deze pagina’s zelf ook bij voor je eigen bronvermelding! Je moet namelijk kunnen aantonen waar je jouw informatie vandaan hebt en of het dus betrouwbaar is.

4. Presentatie in elkaar zetten

Als je alle informatie hebt gevonden, kan er een presentatie gemaakt worden. Hierbij kan je gebruik maken van een PowerPoint, waarin je ook plaatjes en video’s kunt verwerken. Probeer voor jezelf losse steekwoorden op te schrijven, zodat je bij iedere dia weet wat je kan vertellen. Je kan ook je klasgenoten tussendoor betrekken bij je presentatie, door bijvoorbeeld tussendoor een quizje te doen. Zorg ook voor een goed einde van je spreekbeurt, vat het nog even samen of stel wat vragen.

5. Oefenen, oefenen, oefenen

Oefen je spreekbeurt van tevoren met je ouders of andere familieleden. Zo check je of je alles goed kent en het zorgt er ook voor dat je minder zenuwachtig bent. Je weet namelijk precies wat je wil vertellen. Houd je alleen niet te veel vast aan het verhaal dat je op papier hebt gezet. Als een klein stukje van het verhaal namelijk net anders loopt, dan kun je hierdoor zelf de draad kwijtraken. Zorg dat je in grote lijnen weet wat je wil vertellen, zodat je er vervolgens zelf een mooi verhaal van kunt maken. Je hebt de informatie namelijk zelf uiteindelijk opgezocht!

Tips om van de spanning af te komen

Het is heel normaal om bij een spreekbeurt spanning te voelen. Vaak verdwijnt de spanning al snel, wanneer je eenmaal bezig bent. Maar hiervoor zijn wel een paar tips:

  1. Rustig staan. Dit kun je prima oefenen. Stevig staan met je handen los naast je. Losjes ontspannen, maar wel stevig op de grond.
  2. Wacht tot het stil is en je de aandacht hebt, dan pas kun je beginnen.
  3. Tijdens je spreekbeurt mag je ook af en toe een stilte laten vallen.
  4. Probeer rustig adem te halen. Het helpt om dit van tevoren te oefenen. Adem vier seconde in en adem dan rustig uit.
  5. Zorg dat je goed verstaanbaar bent, praat niet te snel en niet te zacht.